PROEV werd ontwikkeld door een consortium o.l.v. UGent en UAntwerpen, i.o.v. het Departement Onderwijs en Vorming

Vroeger pakte ik het als volgt aan: ik gaf de leerstof en op het einde van het hoofdstuk stelde ik de toets op. Nu doe ik het anders: op basis van de leerdoelen stel ik de toets op en op basis van de leerdoelen organiseer ik de lessenreeks. Ik ga hierdoor veel doelgerichter te werk. De leerlingen zijn dan ook beter voorbereid op de toets. Bovendien is het voor mij ook duidelijker hoe ik de leerlingen verder kan helpen.
Leraar biologie (1e graad secundair onderwijs)

Beschrijving

Het interpreteren van evaluatiegegevens gebeurt doelgericht. Het interpretatieproces kan je vereenvoudigen door te vertrekken vanuit de leerdoelen die je nastreeft en het onderwijs- en leerproces achterwaarts te ontwerpen. Hiervoor beantwoord je de volgende vragen:

  1. Welke leerdoelen streef je na? Wat moeten leerlingen kennen en kunnen op het einde van een lessenreeks?

  2. Hoe ga je de beheersing van de leerlingen summatief evalueren?

  3. Welke onderwijsactiviteiten richt je in om de leerlingen optimaal te ondersteunen om de leerdoelen te beheersen?

  4. Op welke momenten en met welke werkwijzen ga je formatief handelen om tijdens het leerproces na te gaan in hoeverre de leerlingen de leerdoelen onder de knie hebben?

Door het onderwijs- en leerproces vervolgens te visualiseren, maak je de samenhang tussen de instructie en evaluatiemomenten duidelijker. Daardoor wordt het eenvoudiger om de evaluatiegegevens te interpreteren in functie van vervolgacties.

Voordelen

Achterwaarts ontwerpen

  • … resulteert in kwalitatievere lessen (onder andere betere voorbereiding, duidelijkere instructie en sterkere didactiek) dan wanneer je een lessenreeks ontwerpt met de leerstof als startpunt (Kelting-Gibson, 2005).

  • verhoogt de constructieve afstemming tussen de leerdoelen, de summatieve evaluatie(s) en de onderwijs- en leeractiviteiten. Hoe meer afstemming, hoe kleiner de impact van niet-relevante factoren (zoals sociaaleconomische status, opleiding van ouders en de mate van ondersteuning thuis).

  • … verheldert de samenhang tussen de verschillende (formatieve en summatieve) evaluatiemomenten.

  • … helpt bepalen waarop je focust en op welke (scharnier)momenten je de beheersing van leerlingen nagaat. Het kan met andere woorden helpen om doelgericht formatief te handelen in de loop van het leerproces.

  • … vereenvoudigt de interpretatie van evaluatiegegevens. Je weet waar je naartoe werkt. Daardoor neem je onderbouwde beslissingen in functie van het leer- en instructieproces.

  • … kan helpen om gerichte feedback te geven of om de leerlingen elkaar peerfeedback te laten geven waarmee ze aan de slag kunnen.

  • … kan helpen om doelgericht te differentiëren in de loop van het leerproces.

  • ... verhoogt de doelgerichtheid van het leerproces. Hierdoor leren de leerlingen datgene wat je beoogt dat ze leren.

Achterwaarts ontwerpen is niet eenvoudig. Het vergt vakinhoudelijke kennis en voldoende inzicht in en begrip van het onderwijsontwerp (of curriculum). Hieraan ontbreekt het soms bij startende leraren. Samenwerking en overleg met vakcollega’s kan aangewezen zijn.

Een beknopt literatuuroverzicht kan je hier vinden.

Bronnen
open

De inhoud in 'overzicht' en 'aan de slag in de klas' is gebaseerd op volgende bronnen:

  • Biggs, J., & Tang., C. (2011). Teaching for quality learning at university. (4de editie ). Open University press.  

  • HZ University of Applied Sciences. (2016, 9 juni). 2016 06 03 Symposium Leren van Toetsen [Video]. Youtube. Geraadpleegd op 14 maart 2023, van /watch?v=uuujDtgaLlI&t=2732s

  • Kelting-Gibson, L.M. (2005). Comparison of curriculum development practices. Educational Research Quarterly. 29(1), 26-36.

  • Kneyber, R., Sluijsmans, D., Devid, V., & Wilde López B. (2022). Formatief handelen. Van instrument naar ontwerp. Culemborg: Phronese.

  • Loughland, T. & Parkes, L.J. (2004). Backward mapping and the big idea: Employing social constructionist theory in curriculum planning. Australian Teacher Education Association Conference.

  • Mohamud, A., & Fleck, D. (2010). Alignment of standards, assessment and instruction: Implications for English language learners in Ohio. Theory Into Practice. 49. 129-136.

  • Sluijsmans, D., & Kneyber, R. (2016). Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs. Culemborg: Uitgeverij Phronese.

  • Sluijsmans, D., & Devid, V. (2023, 5 februari). De didactische routekaart als kompas voor formatief handelen. Toetsrevolutie. Geraadpleegd op 5 februari 2023, van /?p=4846

  • Wiggins, G., & McTighe, J. (1998). Understanding by design. Upper Saddle River, NJ: Merrill Prentice Hall.

Achterwaarts ontwerpen: een stappenplan

Stap 1: Vertrek vanuit de leerdoelen

Stel jezelf de vraag wat de leerlingen exact moeten kennen en kunnen op het einde van het leerproces. Denk vervolgens ook na over wat je verstaat onder een kwalitatieve uitvoering of beheersing van de leerdoelen en vertaal dit in kwaliteitscriteria. Dit helpt bepalen waarop je moet focussen en geeft richting aan het leerproces. Bovendien helpt het ook om bloot te leggen over welke voorkennis leerlingen moeten beschikken voor ze aan de slag kunnen met de eigenlijke leerstof.

Betrek de leerlingen bij (het opstellen van) de leerdoelen en de kwaliteitscriteria zodat het voor hen duidelijk is waar ze naartoe werken. Bovendien is het belangrijk om een kwaliteitsbesef te ontwikkelen bij de leerlingen. Meer info en concrete werkvormen kan je hier vinden.

Stap 2: Denk na over het summatief evaluatie-instrument (of stel het al op)

Denk na over de manier waarop je op het einde van het leerproces nagaat of de leerlingen de leerdoelen beheersen. Zorg ervoor dat de evaluatie representatief is voor de leerdoelen die je wil evalueren. Bepaal vervolgens wie je betrekt bij de evaluatie en op welke manier je dit doet: peer- , zelf- of co-evaluatie?

Een hulpmiddel om tot een representatieve evaluatie te komen is de toetsmatrijs. Ook kan je gebruik maken van de handelingswerkwoorden om ervoor te zorgen dat de vragen en opdrachten een goede afspiegeling vormen van de leerdoelen. Enkele tips om een kwalitatief evaluatie-instrument op te stellen, vind je hier terug.

Stap 3: Bepaal de onderwijs- en leeractiviteiten

Identificeer eerst de bouwstenen die de leerlingen opeenvolgend zullen moeten beheersen en plaats deze in een logische volgorde. Wat moeten de leerlingen eerst beheersen voor ze verder kunnen? Bereid nadien de lessenreeks voor door de instructiestrategieën en de leeractiviteiten te bepalen waarmee je de leerlingen wil ondersteunen. Welk lesverloop heb je voor ogen? Welke lesfasen onderscheid je? Welke werkvormen wil je hanteren?

Wees transparant over de leerdoelen die je nastreeft, maar laat ook ruimte om breder te gaan tijdens de lessen. Voorkom dat je alleen maar focust op het oefenen van de toets (teaching to the test). Dit zou de betrouwbaarheid van de resultaten verlagen. Hierdoor kan je niet (correct) concluderen of leerlingen de leerstof effectief beheersen of enkel de antwoorden op de toets leerden. 

Stap 4: Formatief handelen

Leg vast op welke momenten en op welke manier(en) je formatief zal handelen en hoe je feedback zal geven. Op welke scharniermomenten is het belangrijk om de beheersing van leerlingen na te gaan? Met welke werkwijzen breng je de beheersing in kaart? Denk op voorhand na over de typische misvattingen en (denk)fouten die de leerlingen kunnen maken. Koppel hier meteen ook een vervolgstap aan vast. Op deze manier kan je onmiddellijk en gepast reageren van zodra een bepaald probleem zich stelt of leerlingen een bepaalde fout maken.

De samenhang tussen de evaluatiemomenten visualiseren

Door het ontworpen onderwijsproces te visualiseren (bijvoorbeeld met een mindmap of ruwe schets) kan je het interpretatieproces vereenvoudigen. Plaats de leerdoelen voorop, stippel de leeractiviteiten uit en maak duidelijk hoe de formatieve en summatieve evaluatiemomenten hierbij aansluiten.

Beslis voor jezelf hoe gedetailleerd je de visualisatie uitwerkt. Neem je enkel de verschillende lesfasen op (zoals in onderstaand voorbeeld) of leg je ook vast welke oefeningen je zal maken (basis- en verdiepende oefeningen) en welke vragen je zal stellen?

Je kan met verschillende kleuren en een legende werken om het geheel overzichtelijker te maken. Bovendien kunnen de kleuren ook helpen om in gesprek te gaan met een of meerdere collega's.

Je kan ervoor kiezen om de visualisatie te delen met de leerlingen de start van het leerproces. Hierdoor weten de leerlingen op elk moment tijdens het leerproces waar ze staan ten opzichte van het einddoel en wat hen nog te wachten staat. Dit is goed voor hun zelfregulatie.

Een voorbeeld uit de les Frans (2e graad secundair):

Digitale mogelijkheden

Verschillende toegankelijke programma’s kunnen helpen bij het visualiseren van het onderwijs- en leerontwerp. Enkele voorbeelden zijn Canva, Pictochart en Coggle.

Bronnen
open

De inhoud in 'overzicht' en 'aan de slag in de klas' is gebaseerd op volgende bronnen:

  • Biggs, J., & Tang., C. (2011). Teaching for quality learning at university. (4de editie ). Open University press.  

  • HZ University of Applied Sciences. (2016, 9 juni). 2016 06 03 Symposium Leren van Toetsen [Video]. Youtube. Geraadpleegd op 14 maart 2023, van /watch?v=uuujDtgaLlI&t=2732s

  • Kelting-Gibson, L.M. (2005). Comparison of curriculum development practices. Educational Research Quarterly. 29(1), 26-36.

  • Kneyber, R., Sluijsmans, D., Devid, V., & Wilde López B. (2022). Formatief handelen. Van instrument naar ontwerp. Culemborg: Phronese.

  • Loughland, T. & Parkes, L.J. (2004). Backward mapping and the big idea: Employing social constructionist theory in curriculum planning. Australian Teacher Education Association Conference.

  • Mohamud, A., & Fleck, D. (2010). Alignment of standards, assessment and instruction: Implications for English language learners in Ohio. Theory Into Practice. 49. 129-136.

  • Sluijsmans, D., & Kneyber, R. (2016). Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs. Culemborg: Uitgeverij Phronese.

  • Sluijsmans, D., & Devid, V. (2023, 5 februari). De didactische routekaart als kompas voor formatief handelen. Toetsrevolutie. Geraadpleegd op 5 februari 2023, van /?p=4846

  • Wiggins, G., & McTighe, J. (1998). Understanding by design. Upper Saddle River, NJ: Merrill Prentice Hall.

Het één per één beoordelen van opdrachten van leerlingen, al dan niet aan de hand van vooropgestelde kwaliteitscriteria.
Een evaluatieresultaat is betrouwbaar wanneer het niet wordt beïnvloed door niet-relevante factoren. Het resultaat weerspiegelt de mate waarin een leerling de leerdoelen beheerst.
De zorg die alle leerlingen nodig hebben om zich te kunnen ontplooien en om gebruik te kunnen maken van hun talenten en mogelijkheden.
De mate waarin het werkgeheugen wordt belast. Om het leerproces te bevorderen, dien je de cognitieve belasting te optimaliseren.
Een cluster van kennis, vaardigheden en attitudes die leerlingen in complexe contexten kunnen toepassen.
De neiging om nieuwe informatie zodanig op te zoeken en/of te filteren dat deze de eigen ideeën, opvattingen en/of hypothesen bevestigt.
In een constructief afgestemd onderwijsproces zijn de leerdoelen, de (summatieve) evaluatie en de onderwijs- en leeractiviteiten op elkaar afgestemd.
In een constructief afgestemd onderwijsproces zijn de leerdoelen, de (summatieve) evaluatie en de onderwijs- en leeractiviteiten op elkaar afgestemd.
Een overzicht van de criteria die worden gebruikt om een opdracht te beoordelen. Het geeft aan waaraan een opdracht dient te voldoen en welke aspecten van belang zijn.
Het proactief, positief en planmatig omgaan met verschillen tussen leerlingen (interesses, leerstatus en leerprofiel) met als doel om een maximaal leerrendement voor alle leerlingen te realiseren op het vlak van motivatie, leerwinst en leerefficiëntie.
Het vermogen van leerlingen om informatie van verschillende bronnen te aanvaarden en te gebruiken om de kwaliteit van hun werk te verbeteren.
Het krijgen van te veel feedback waardoor leerlingen overrompeld worden en niet meer aan de slag kunnen met de feedback.
Aanpakken waarmee je het leerproces op de korte termijn bewust bemoeilijkt waardoor leerlingen harder moeten nadenken. Dit is gewenst omdat het op lange termijn voor leerwinst zorgt.
Het beschouwen van intelligentie als iets dat niet vaststaat, maar als iets kneedbaar. Personen met een growth mindset hebben de overtuiging dat capaciteiten ontwikkeld kunnen worden.
De neiging om een persoon (leerling) positief te beoordelen, gebaseerd op één positief aspect.
De neiging om een persoon (leerling) negatief te beoordelen, gebaseerd op één negatief aspect.
De moeilijkheid om je als expert te verplaatsen in de situatie van personen die bepaalde kennis (nog) niet hebben. Hoe meer kennis je hebt, hoe moeilijker om in te schatten hoe het is om deze kennis niet te hebben.
Een mentaal beeld van welk kwaliteitsniveau wordt verwacht, hoe verschillende kwaliteitsniveaus eruitzien en hoe je kan komen tot het nagestreefde kwaliteitsniveau.
De criteria die worden gehanteerd om te beoordelen in hoeverre een evaluatie succesvol was (= evaluatiecriteria, succescriteria).
De leerdoelen omschrijven wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het einde van een leerproces. In deze tool wordt onder leerdoelen zowel de eindtermen, leerplandoelen als concrete lesdoelen verstaan die leraren kunnen nastreven.
De wijze waarop leerlingen leren. Verschillen in leerprofiel hebben vooral te maken met de leerstrategieën en de leervoorkeuren voor bepaalde activiteiten.
Wat leerlingen al kennen en kunnen. Verschillen in leerstatus uiten zich voornamelijk op (meta)cognitief vlak, maar gaan ook over verschillen op sociaal-affectief en (psycho)motorisch vlak.
Het spreiden van leermomenten doorheen de tijd om zo tot een hoger leereffect te komen.
Een evaluatie-instrument is valide wanneer het meet wat je beoogt te meten.
De maatregelen die het zorgteam neemt in samenspraak met leerling, ouders en leraren. Het doel is om leerlingen die extra zorg nodig hebben te ondersteunen om de gestelde leerdoelen te bereiken.
Het vertrouwen in de eigen bekwaamheid om een opdracht tot een goed einde te kunnen brengen.
Het vermogen om het eigen leren te plannen, te monitoren en te evalueren.
Het in eigen woorden uitleggen van de leerstof.