PROEV werd ontwikkeld door een consortium o.l.v. UGent en UAntwerpen, i.o.v. het Departement Onderwijs en Vorming

Een punt alleen geeft me niet voldoende informatie om de leerlingen verder te helpen. Ik probeer verder te kijken en na te gaan hoe leerlingen tot een bepaald punt zijn gekomen. Dit doe ik met individuele gesprekjes, op basis van wat ik observeer of met zelfreflecties op toetsen. Met deze informatie bepaal ik hoe ik de leerlingen help. Over het algemeen lukt dit vrij goed.
Leraar maatschappij en welzijn (1e graad secundair onderwijs)

Beschrijving

Datageletterdheid is het vermogen van leraren om data te vertalen in geschikte vervolgacties door verschillende soorten data te verzamelen, te analyseren en vervolgens te interpreteren. Het is een doelgericht, systematisch en cyclisch proces, dat bestaat uit 6 stappen.

  1. Identificeren van een probleem of een doel vooropstellen;

  2. Data verzamelen, beheren en organiseren;

  3. Data analyseren en interpreteren;

  4. Een hypothese formuleren en een diagnose stellen;

  5. Ondernemen van een vervolgstap;

  6. Evalueren van de uitkomsten.

Datageletterdheid en datagebruik combineren kennis en vaardigheden rond data-analyse en -interpretatie, met die rond vakinhoud en didactiek. Daarnaast omvatten ze ook kennis van het onderwijsontwerp (curriculum) en de manieren waarop leerlingen leren.

Voordelen

Datageletterdheid en datagebruik

  • … veronderstellen dat je verschillende databronnen naast elkaar legt. Hierdoor krijg je een correcter en vollediger beeld van de beheersing van leerlingen en van de effectiviteit van het leer- en instructieproces.

  • … zorgen ervoor dat je de werkelijke oorzaken van onderwijsproblemen kan blootleggen.

  • … zorgen ervoor dat je niet enkel zoekt naar externe oorzaken voor problemen (zoals het aanvangsniveau of de geleverde inspanningen van leerlingen). Het kijken naar interne factoren door de eigen klaspraktijk kritisch onder de loep te nemen, leidt vaker tot kwalitatieve vervolgacties.

  • … kunnen het leerproces van leerlingen optimaliseren doordat je gerichter kan aansluiten bij hun leerbehoeften.

  • … kunnen een positief effect hebben op de resultaten van leerlingen.

  • … vullen de intuïtie van leraren aan: ze leren bij door goed datagebruik. Dit versterkt hun impliciete expertise en intuïtie.

Datagebruik is een dynamisch gegeven dat moeilijk te vatten is in een strak stappenplan. In de praktijk zal je vaak een stapje terug moeten keren of bijkomende data verzamelen voor je verder kan.

Het leren van leerlingen is te complex om te kunnen vatten in slechts één databron, zoals één toets. Kijk niet alleen naar de punten van leerlingen. Leg deze naast andere databronnen zoals gesprekken, observaties en zelfevaluatiemodules om tot een correcter beeld te komen.

Het interpreteren van data verloopt niet louter rationeel. leraren spreken hun eigen expertise, overtuigingen en karakter (hun persoonlijk referentiekader) aan om data te interpreteren.

Een beknopt literatuuroverzicht kan je hier vinden.

Bronnen
open

De inhoud in 'overzicht' en 'aan de slag in de klas' is gebaseerd op volgende bronnen:

  • Beck, J.S., & Nunnaley, D. (2021). A continuum of data literacy for teaching. . Studies in Educational Evaluation 69. /10.1016/j.stueduc.2020.100871

  • Goffin, E., Janssen, R., & Vanhoof, J. (2022). Teachers’ and school leaders’ sensemaking of formal achievement data: A conceptual review. Review of Education, 10(1), e3334. /10.1002/rev3.3334

  • Gummer & Mandinach. (2015). Building a Conceptual Framework for Data Literacy. Teachers College Record, 117(4), 1-22.

  • Kippers, W. B., Poortman, C. L., Schildkamp, K., & Visscher, A. J. (2018). Data literacy: What do educators learn and struggle with during a data use intervention? Studies in Educational Evaluation, 56, 21–31. /10.1016/j.stueduc.2017.11.001.

  • Mandinach, E. B., & Gummer, E. S. (2016). What does it mean for teachers to be data literate: Laying out the skills, knowledge, and dispositions. Teaching and Teacher Education, 60, 366–376.

  • Mandinach, E.B., & Schildkamp, K. (2021). Misconceptions about data-based decision making in education: an exploration of the literature. Studies in Educational Evaluation 69. /10.1016/j.stueduc.2020.100842

  • Schildkamp, K., Poortman, C. L., & Handelzalts, A. (2016). Data teams for school improvement. School Effectiveness and School Improvement, 27(2), 228-254. doi: 10.1080/09243453.2015.1056192

  • Van den Boom-Muilenburg, E., Poortman, C.L., De Vries S., Schildkamp, K., & van Veen, K. (2021). Leiderschap voor onderwijsontwikkeling. Van idee naar duurzame PLG. Culemborg: Phronese, /?p=974

  • Van Gasse, R., Vanhoof, J., Mahieu, P., & Van Petegem, P. (2015). Informatiegebruik door schoolleiders en leerkrachten. Garant.

  • Van Gasse, R. (2021, 23 augustus). Aan de slag met schoolfeedback uit centrale toetsen. Op weg doorheen terminologie en aanpak. Edubron blogt. Geraadpleegd op 13 maart 2023, van /onderzoek/aan-de-slag-met-schoolfeedback/

Hoe datageletterd ben je? Denkoefening

Om data effectief om te zetten in vervolgacties die het leer- en instructieproces verder optimaliseren, moet je voldoende datageletterd zijn. In hoeverre beschik je over de nodige kennis en vaardigheden? Met andere woorden: hoe datageletterd ben je? Kom het te weten aan de hand van volgende denkoefening.

Neem onderstaande casus door.   

Rayan geeft al vijftien jaar les in een lagere school, die zich situeert in een voorstedelijke context. Hij is fier op zijn school en op het werk dat de collega’s de voorbije jaren hebben geleverd.

In de school heerst een sterke samenwerkingscultuur. Zowel met de parallelcollega’s als verticaal is er vaak overleg en een nauwe samenwerking. De school voert een sterk beleid rond leerlingenevaluatie. Het is een gedragen ambitie van de school om zo objectief mogelijk te evalueren. Dit blijkt uit verschillende initiatieven. Zo werd er een pedagogische studiedag georganiseerd specifiek rond dit topic, stond het onderwerp al meermaals centraal tijdens personeelsvergaderingen, en is er vaak collegiaal overleg rond evaluatiepraktijken en beoordelingsmethoden. Dit alles resulteerde recent in een aantal schoolbrede afspraken rond objectief evalueren en een aantal evaluatie-instrumenten die door alle collega’s op dezelfde manier worden gebruikt (zoals een rubric om de schrijf- en spreekvaardigheid te evalueren).

Rayan staat voor het achtste jaar op rij in het 5e leerjaar. Binnen de school is hij gekend om zijn humor en de hoge verwachtingen die hij stelt aan zijn leerlingen. Dit lijkt te lonen. Al die jaren had hij een goede band met zijn leerlingen en behaalden ze steeds knappe resultaten (met een gemiddeld jaarresultaat van ongeveer 75%). De leerlingen, ouders en collega’s zijn dan ook zeer tevreden over Rayan als leraar.

Dit schooljaar ondervindt Rayan echter een aantal problemen.

Ten eerste heeft hij het gevoel dat de leerlingen minder presteren dan de voorbije jaren. Vooral voor de vakken taal, wiskunde en wereldoriëntatie, de ‘studeervakken’, loopt het mis.

Ten tweede ondervindt Rayan, voor het eerst in zijn carrière, moeite met de klasgroep. Er heersen grote verschillen tussen de leerligen, zowel op vlak van interesses die ze erop nahouden als wat betreft hun tempo en de extra uitleg en begeleiding die ze nodig hebben. De lessen lopen niet echt vlot: hij heeft het gevoel dat hij over de hoofden van een groot deel van de leerlingen praat, terwijl anderen zich lijken te vervelen. Dit zorgt ervoor dat de lessen minder vlot en opmerkelijk rumoeriger verlopen dan normaal. Hij pakt het nochtans op precies dezelfde manier aan als de voorbije schooljaren. 

  • Beantwoord onderstaande vragen over de casus door ze te bespreken of door je antwoord beknopt te noteren.

  • Neem de gepresenteerde rubric door. Wat doe je al goed? Welke groeipunten kan je vooropstellen?

Je kan ervoor kiezen om deze denkoefening samen met een of meerdere collega‘s te doen. Gezamenlijke reflectie kan je onmiddellijke (peer)feedback en nieuwe inzichten opleveren.

Stap 1: Identificeren van een probleem of een doel vooropstellen

Rayan zit met een wrang gevoel. Hij bevond zich nog nooit in een dergelijke situatie en beslist actie te ondernemen. Concreet wil hij een aantal gerichte aanpassingen maken. Om geen overhaaste of inefficiënte beslissingen te nemen, neemt hij zich voor om verschillende data samen te brengen en deze grondig te analyseren. Toch weet hij niet goed waar en hoe te beginnen. Om niet in het wilde weg data te beginnen verzamelen, wil hij vertrekken vanuit een duidelijk doel en enkele richtinggevende vragen.

Beantwoord volgende vragen:

  • Stel je in de plaats van Rayan. Welke doelen zou je nastreven? Stel minstens één helder en meetbaar doel voorop. Maak gebruik van volgende zin: “Ik ben ontevreden over …’. ‘Ik zou graag … bereiken’.

  • Welke vragen zou je vooropstellen? Formuleer twee concrete vragen die richting kunnen geven aan de dataverzameling.

Denk in deze eerste stap nog niet na over mogelijke oorzaken van een probleem. Dit zou immers tot een confirmation bias kunnen leiden: door een bepaalde oorzaak naar voor te schuiven, bestaat de kans dat je vooral data verzamelt die je veronderstelling bevestigt.

Neem de rubric door:

  • Wat doe je al goed?

  • Welke groeipunten kan je vooropstellen?

Stap 2: Data verzamelen, beheren en organiseren

Rayan stelt twee duidelijke doelen voorop:

  1. Hij wil zich niet vastklampen aan het gemiddelde jaarresultaat van de voorbije schooljaren: 75%. Hij neemt zich voor om voor taal, wiskunde en wereldoriëntatie resultaten te bekomen die in lijn liggen met de resultaten die zijn leerlingen behaalden in het 4e leerjaar (met een maximale marge van -5%).  

  2. Hij wil de lessen vlotter laten verlopen en de rust in de klas herstellen.

Om de data op een doelgerichte manier te verzamelen, stelt hij drie vragen op:

  • Is het echt zo dat de leerlingen dit schooljaar minder presteren? Hoe groot is het probleem?

  • Hoe scoren de leerlingen momenteel ten opzichte van hun resultaten in het vierde jaar?

  • Hoe beleven de leerlingen de lessen op dit moment? Klopt het dat een groep leerlingen moeilijk kan volgen terwijl sommigen zich vervelen?

Op basis van het doel en de vragen wil Rayan data verzamelen.  

Beantwoord volgende vragen:

  • Welke data zou je selecteren in functie van het doel en de vragen van Rayan?

  • Noem vijf verschillende databronnen en rangschik ze naar prioriteit.

  • Hoe ga je de data concreet verzamelen? Op welke momenten doe je dit?

  • Hoe zou je aan de slag gaan met de data? Hoe breng je de data overzichtelijk samen om ze te kunnen interpreteren? Welke digitale tools gebruik je?

Neem de rubric door:

  • Wat doe je al goed?

  • Welke groeipunten kan je bedenken?

Stap 3: Data analyseren en interpreteren

Enkele weken later heeft Rayan heel wat data verzameld in functie van de doelen en de opgestelde vragen:

  • Hij zocht een aantal toetsen (van taal, wiskunde en wereldoriëntatie) bijeen die hij al had afgenomen.  

  • Hij maakte in Excel een overzicht van de resultaten die de leerlingen dit schooljaar al behaalden voor taal, wiskunde en wereldoriëntatie (tekorten markeerde hij in het rood, scores tussen de 50-60% in het oranje).

  • Hij maakte in Excel een overzicht van de resultaten die de leerlingen vorig schooljaar behaalden in het 5e leerjaar voor taal, wiskunde en wereldoriëntatie (hetzelfde moment in het schooljaar).

  • Hij maakte in Excel een overzicht van de resultaten die de leerlingen in het 4e leerjaar behaalden voor taal, wiskunde en wereldoriëntatie.

  • Hij verzamelde feedback bij de leerlingen over de organisatie en het verloop van de lessen:

    • de resultaten van een vragenlijst goot hij in een tabel;

    • aan de hand van een (kort) klasgesprek maakte hij een woordwolk met de belangrijkste woorden;

    • de toetsen die hij bijeen zocht, bevatten steeds een aantal reflectievragen. De interessantste antwoorden bracht hij samen in een tabel.

Dit resulteerde in volgende data:

Beantwoord volgende vragen:

  • Hoe zou je deze data gebruiken om meer inzicht te krijgen in de problemen van Rayan? Welke stappen onderneem je?

  • Wat willen de data zeggen in functie van de doelen en de opgestelde vragen van Rayan?

    • Wat vertellen de resultaten van de leerlingen je (databronnen 1, 2 en 3)?

    • Welke algemene conclusies kan je hieruit trekken? Formuleer ook 2 conclusies op het niveau van individuele leerlingen.

    • Wat kan je concluderen uit de feedback van de leerlingen (databron 4)?

    • Wat betekenen de resultaten van de vragenlijst? Wat willen M en SD zeggen?

    • Wat kan je concluderen uit de woordenwolk?

    • Wat kan je concluderen uit de antwoorden op de reflectievragen?

  • Welke overkoepelende conclusies kan je trekken uit de verschillende databronnen? Wat valt er op in verband met de problemen van Rayan?

Neem de rubric door:

  • Wat doe je al goed?

  • Welke groeipunten kan je bedenken?

Stap 4: Een hypothese formuleren en een diagnose stellen

Rayan komt tot een aantal conclusies:

  • Voor taal en wiskunde behalen de leerlingen dit schooljaar mindere resultaten in vergelijking met de leerlingen van het vorige schooljaar. Voor wereldoriëntatie scoren ze dit schooljaar beter. Dit bevestigt deels het vermoeden van Rayan.

  • Voor taal en wiskunde zijn er, wat betreft resultaten, grote verschillen tussen de leerlingen. Waar een aantal leerlingen tekorten halen (zoals Indirah en Mats), scoren enkele leerlingen hoger dan 75% (zoals Dries en Jonas).

  • In het 4e leerjaar behaalden de leerlingen hogere resultaten dan momenteel in het 5e leerjaar. De gemiddelde scores (taal: 71%, wiskunde: 72.5% en wereldoriëntatie: 77.5%) verduidelijken wat Rayan zal nastreven met de leerlingen (met een maximale marge van -5%).  

  • Een aantal leerlingen (zoals Indirah en Mats) presteren dit schooljaar opmerkelijk minder dan in het 4e leerjaar.

  • Uit de feedback blijkt dat Rayan, volgens de leerlingen, niet voldoende rekening houdt met hun tempo, niet voldoende ondersteuning biedt en de sterkere leerlingen onvoldoende uitdaagt. De leerlingen geven aan dat ze de lessen saai vinden en dat het te snel gaat.

Rayan is nog niet tevreden. Er blijven een aantal vragen onbeantwoord:

  • Hoe komt het dat sommige leerlingen aangeven dat de lessen te moeilijk zijn terwijl andere leerlingen zich vervelen?

  • Waarom scoren de leerlingen dit schooljaar opmerkelijk minder voor taal en wiskunde?

Rayan gaat op zoek naar oorzaken. Op basis van de vragen formuleert hij een hypothese die hij zal testen.

Beantwoord volgende vragen:

  • Formuleer (minstens) één heldere, concrete hypothese. Wat kunnen de verklaringen zijn voor de vragen die Rayan zich stelt?

  • Hoe zou je deze hypothesen nagaan? Welke stappen onderneem je?

  • Welke bijkomende data verzamel je om de hypothesen na te gaan? Noem minstens twee verschillende databronnen.

Vaak worden externe oorzaken naar voren geschoven (bijvoorbeeld het aanvangsniveau van leerlingen). Onderzoek wijst echter uit dat leraren die de eigen klaspraktijken in vraag durven stellen en kijken naar interne oorzaken, vaker tot kwalitatieve vervolgacties komen.

Datagebruik is een dynamisch gegeven dat moeilijk te vatten is in een strak stappenplan. In de praktijk zal je vaak een stapje terug moeten keren of bijkomende data verzamelen. Als een hypothese niet blijkt te kloppen, zal je een nieuwe hypothese moeten bedenken en daarna opnieuw data moeten verzamelen om deze te controleren.

Neem de rubric door:

  • Wat doe je al goed?

  • Welke groeipunten kan je bedenken?

Stap 5: Ondernemen van een vervolgstap

Rayan identificeerde één belangrijke oorzaak voor zijn problemen. Hij stelde volgende hypothese op:

Er is sprake van een mismatch tussen de manier van lesgeven en de diverse leerbehoeften van de leerlingen. Ik sluit tijdens de lessen niet voldoende aan bij de noden van de leerlingen, zowel wat betreft de ondersteuningsnoden als wat betreft extra uitdaging.

Dit resulteert volgens Rayan in

  • … het feit dat sommige leerlingen zich vervelen terwijl anderen niet kunnen volgen;

  • … het feit dat de lessen rumoerig verlopen;

  • … het feit dat de leerlingen niet presteren volgens de verwachtingen: ze worden onvoldoende voorbereid op de toetsen.

Om de hypothese te onderzoeken, verzamelde hij bijkomende data:

  • Hij ging te rade bij collega Fien, de juf die in het 4e leerjaar les gaf aan de leerlingen. Doordat ze nauw samenwerken weet Rayan dat Fien een andere aanpak hanteert dan hem.

  • Hij nam een aantal leerlingen (zoals Indirah, Mats, Dries en Jonas) apart voor een individueel gesprek. Hij vroeg de leerlingen naar hun noden en hoe hij hierbij kon aansluiten. 

Op basis van het gesprek met Fien en met de leerlingen concludeert Rayan dat er wel degelijk sprake is van een mismatch. Nu hij de oorzaak voor de problemen heeft gevonden, wil hij een aantal gerichte aanpassingen doen om beter te kunnen aansluiten bij de behoeften van de leerlingen.

Beantwoord volgende vragen:

  • Welke aanpassingen zou je maken op basis van de conclusie van Rayan? Voor welke vakken?

  • Waarom zou je deze aanpassingen maken?  

  • Hoe zou je dit concreet organiseren?

Neem de rubric door:

  • Wat doe je al goed?

  • Welke groeipunten kan je bedenken?

Stap 6: Evalueren van de uitkomsten

Om gedifferentieerd te werk te gaan en beter aan te sluiten bij de diverse leerbehoeften van de leerlingen, besliste Rayan om met een meersporenbeleid te werken tijdens de lessen taal en wiskunde. Zijn buikgevoel vertelt hem dat dit een positieve impact heeft. Dit blijkt ook uit het lesverloop. De leerlingen lijken enthousiaster en met meer motivatie aan de oefeningen te werken. Daarnaast wil Rayan ook nagaan of de nieuwe werkwijze een positieve impact heeft op de resultaten van de leerlingen.

Beantwoord volgende vragen:

  • Hoe zou je de aanpassingen evalueren in functie van het doel dat Rayan opstelde? Met welke instrumenten doe je dit?

  • Hoe ga je het effect op korte termijn na? Hoe ga je dit op lange termijn na?

  • Welke data zou je gebruiken om de aanpassingen te evalueren? Noem minstens 3 databronnen.

Neem de rubric door:

  • Wat doe je al goed?

  • Welke groeipunten kan je bedenken?

stap 6.

Aan de slag met je groeipunten

Stap 1: Identificeren van een probleem of een doel vooropstellen

  • Meer over het formuleren van heldere, haalbare en meetbare doelen lees je hier.

  • Meer over het vooropstellen van leerdoelen en het achterwaarts ontwerpen van een leerproces lees je hier.

  • Een beknopt literatuuroverzicht vind je hier.

Stap 2: Data verzamelen, beheren en organiseren

  • Meer over het opstellen en gebruiken van verschillende evaluatievormen (formatief – summatief) lees je hier.

  • Meer over breed evalueren van leerlingen lees je hier.

  • Een beknopt literatuuroverzicht vind je hier.

Stap 3: Data analyseren en interpreteren

  • Meer over hoe je feedback kan vragen aan leerlingen lees je hier.

  • Meer over het leerlingcontact lees je hier.

  • Meer over zelfreflectievragen en analyses van toetsen lees je hier.

  • Hoe je evaluatiegegevens doelgericht kan interpreteren, lees je hier.

  • Een beknopt literatuuroverzicht vind je hier.

Stap 4: Een hypothese formuleren en een diagnose stellen

  • Meer over hoe je feedback kan vragen aan leerlingen lees je hier.

  • Meer over het leerlingcontact lees je hier.

  • Meer over zelfreflectievragen en analyses van toetsen lees je hier.

  • Hoe je evaluatiegegevens doelgericht kan interpreteren, lees je hier.

  • Een beknopt literatuuroverzicht vind je hier.

Stap 5: Ondernemen van een vervolgstap

  • Een overzicht van een heleboel differentiatievormen vind je hier.

  • Meer over formatief handelen en het snel bijsturen van het leerproces lees je hier.

  • Meer over het opstellen van een actieplan lees je hier.

  • Een beknopt literatuuroverzicht vind je hier.

Stap 6: Evalueren van de uitkomsten

  • Meer over hoe je veranderingen kan implementeren, monitoren en evalueren, lees je hier

  • Een beknopt literatuuroverzicht vind je hier.

Digitale mogelijkheden

Er bestaan verschillende digitale platformen die je kan consulteren om data-geïnformeerde beslissingen te nemen. Leerlingvolgsystemen kunnen bv. inzicht geven in de resultaten en de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Andere voorbeelden zijn DataWijzer (van de onderwijsinspectie) en Dataloop (van het ministerie voor Onderwijs en Vorming).

De DataWijzer is een online instrument dat data, gerelateerd aan het Referentiekader voor onderwijskwaliteit (OK), visualiseert. Het biedt elke school een eigen dashboard dat zowel actuele en beschikbare data ontsluit als de eigen data afzet ten opzichte van referentiegroepen.

Op Dataloop vind je cijfers (over inschrijvingen, leerlingenkenmerken, attesteringen, vroegtijdig schoolverlaten, enz.) over het Vlaamse onderwijs terug.

Bronnen
open

De inhoud in 'overzicht' en 'aan de slag in de klas' is gebaseerd op volgende bronnen:

  • Beck, J.S., & Nunnaley, D. (2021). A continuum of data literacy for teaching. . Studies in Educational Evaluation 69. /10.1016/j.stueduc.2020.100871

  • Goffin, E., Janssen, R., & Vanhoof, J. (2022). Teachers’ and school leaders’ sensemaking of formal achievement data: A conceptual review. Review of Education, 10(1), e3334. /10.1002/rev3.3334

  • Gummer & Mandinach. (2015). Building a Conceptual Framework for Data Literacy. Teachers College Record, 117(4), 1-22.

  • Kippers, W. B., Poortman, C. L., Schildkamp, K., & Visscher, A. J. (2018). Data literacy: What do educators learn and struggle with during a data use intervention? Studies in Educational Evaluation, 56, 21–31. /10.1016/j.stueduc.2017.11.001.

  • Mandinach, E. B., & Gummer, E. S. (2016). What does it mean for teachers to be data literate: Laying out the skills, knowledge, and dispositions. Teaching and Teacher Education, 60, 366–376.

  • Mandinach, E.B., & Schildkamp, K. (2021). Misconceptions about data-based decision making in education: an exploration of the literature. Studies in Educational Evaluation 69. /10.1016/j.stueduc.2020.100842

  • Schildkamp, K., Poortman, C. L., & Handelzalts, A. (2016). Data teams for school improvement. School Effectiveness and School Improvement, 27(2), 228-254. doi: 10.1080/09243453.2015.1056192

  • Van den Boom-Muilenburg, E., Poortman, C.L., De Vries S., Schildkamp, K., & van Veen, K. (2021). Leiderschap voor onderwijsontwikkeling. Van idee naar duurzame PLG. Culemborg: Phronese, /?p=974

  • Van Gasse, R., Vanhoof, J., Mahieu, P., & Van Petegem, P. (2015). Informatiegebruik door schoolleiders en leerkrachten. Garant.

  • Van Gasse, R. (2021, 23 augustus). Aan de slag met schoolfeedback uit centrale toetsen. Op weg doorheen terminologie en aanpak. Edubron blogt. Geraadpleegd op 13 maart 2023, van /onderzoek/aan-de-slag-met-schoolfeedback/

Het één per één beoordelen van opdrachten van leerlingen, al dan niet aan de hand van vooropgestelde kwaliteitscriteria.
Een evaluatieresultaat is betrouwbaar wanneer het niet wordt beïnvloed door niet-relevante factoren. Het resultaat weerspiegelt de mate waarin een leerling de leerdoelen beheerst.
De zorg die alle leerlingen nodig hebben om zich te kunnen ontplooien en om gebruik te kunnen maken van hun talenten en mogelijkheden.
De mate waarin het werkgeheugen wordt belast. Om het leerproces te bevorderen, dien je de cognitieve belasting te optimaliseren.
Een cluster van kennis, vaardigheden en attitudes die leerlingen in complexe contexten kunnen toepassen.
De neiging om nieuwe informatie zodanig op te zoeken en/of te filteren dat deze de eigen ideeën, opvattingen en/of hypothesen bevestigt.
In een constructief afgestemd onderwijsproces zijn de leerdoelen, de (summatieve) evaluatie en de onderwijs- en leeractiviteiten op elkaar afgestemd.
In een constructief afgestemd onderwijsproces zijn de leerdoelen, de (summatieve) evaluatie en de onderwijs- en leeractiviteiten op elkaar afgestemd.
Een overzicht van de criteria die worden gebruikt om een opdracht te beoordelen. Het geeft aan waaraan een opdracht dient te voldoen en welke aspecten van belang zijn.
Het proactief, positief en planmatig omgaan met verschillen tussen leerlingen (interesses, leerstatus en leerprofiel) met als doel om een maximaal leerrendement voor alle leerlingen te realiseren op het vlak van motivatie, leerwinst en leerefficiëntie.
Het vermogen van leerlingen om informatie van verschillende bronnen te aanvaarden en te gebruiken om de kwaliteit van hun werk te verbeteren.
Het krijgen van te veel feedback waardoor leerlingen overrompeld worden en niet meer aan de slag kunnen met de feedback.
Aanpakken waarmee je het leerproces op de korte termijn bewust bemoeilijkt waardoor leerlingen harder moeten nadenken. Dit is gewenst omdat het op lange termijn voor leerwinst zorgt.
Het beschouwen van intelligentie als iets dat niet vaststaat, maar als iets kneedbaar. Personen met een growth mindset hebben de overtuiging dat capaciteiten ontwikkeld kunnen worden.
De neiging om een persoon (leerling) positief te beoordelen, gebaseerd op één positief aspect.
De neiging om een persoon (leerling) negatief te beoordelen, gebaseerd op één negatief aspect.
De moeilijkheid om je als expert te verplaatsen in de situatie van personen die bepaalde kennis (nog) niet hebben. Hoe meer kennis je hebt, hoe moeilijker om in te schatten hoe het is om deze kennis niet te hebben.
Een mentaal beeld van welk kwaliteitsniveau wordt verwacht, hoe verschillende kwaliteitsniveaus eruitzien en hoe je kan komen tot het nagestreefde kwaliteitsniveau.
De criteria die worden gehanteerd om te beoordelen in hoeverre een evaluatie succesvol was (= evaluatiecriteria, succescriteria).
De leerdoelen omschrijven wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het einde van een leerproces. In deze tool wordt onder leerdoelen zowel de eindtermen, leerplandoelen als concrete lesdoelen verstaan die leraren kunnen nastreven.
De wijze waarop leerlingen leren. Verschillen in leerprofiel hebben vooral te maken met de leerstrategieën en de leervoorkeuren voor bepaalde activiteiten.
Wat leerlingen al kennen en kunnen. Verschillen in leerstatus uiten zich voornamelijk op (meta)cognitief vlak, maar gaan ook over verschillen op sociaal-affectief en (psycho)motorisch vlak.
Het spreiden van leermomenten doorheen de tijd om zo tot een hoger leereffect te komen.
Een evaluatie-instrument is valide wanneer het meet wat je beoogt te meten.
De maatregelen die het zorgteam neemt in samenspraak met leerling, ouders en leraren. Het doel is om leerlingen die extra zorg nodig hebben te ondersteunen om de gestelde leerdoelen te bereiken.
Het vertrouwen in de eigen bekwaamheid om een opdracht tot een goed einde te kunnen brengen.
Het vermogen om het eigen leren te plannen, te monitoren en te evalueren.
Het in eigen woorden uitleggen van de leerstof.