PROEV werd ontwikkeld door een consortium o.l.v. UGent en UAntwerpen, i.o.v. het Departement Onderwijs en Vorming

Het zou zalig zijn om de bal nog meer in het kamp van de kinderen te leggen, door hen zelf te laten aangeven waar ze feedback op willen. Ik zie dat bij mijn echtgenoot die Duits geeft in de derde graad secundair. Die leerlingen duiden aan waar ze feedback op willen en daar wordt dan bij aangesloten. Ik vond dat ongelooflijk en zou dat ook willen proberen bij mijn leerlingen.
Leraar lager onderwijs

Beschrijving

Je kan leerlingen een actieve rol laten innemen in het leer- en feedbackproces door hen te activeren als feedbackzoekers. Ze schatten de kwaliteit van hun eigen presteren of leerproces in om dan gericht op zoek te gaan naar de feedback en ondersteuning die ze nodig hebben om hun presteren of leerstrategieën te verbeteren.

Voordelen

  • De verantwoordelijkheid komt meer en meer in handen van de leerlingen te liggen, wat hun zelfregulatie ten goede komt (meer kan je hier lezen).

  • Doordat leerlingen zelf aangeven waarop ze feedback willen, kan je de feedback gerichter laten aansluiten bij de noden en behoeften van leerlingen. Daardoor zullen ze de feedback makkelijker accepteren en beter gebruiken.

  • Het geeft je meer inzicht in hoe leerlingen zichzelf inschatten: waar ze zelf denken te staan en wat ze nog nodig hebben. Dit vereenvoudigt de interpretatie van resultaten.

  • Het vermindert de tijdsinvestering doordat je de feedback kan richten op de specifieke vragen van leerlingen.

Leerlingen activeren om zelf op zoek te gaan naar feedback is haalbaar in de lagere school, maar extra begeleiding zal nodig zijn.

Als je enkel feedback geeft wanneer leerlingen er zelf om vragen, is de kans reëel dat er blinde vlekken ontstaan. Sommige dingen blijven onbesproken en bepaalde fouten worden niet gecorrigeerd. Dit kan je voorkomen door, naast de feedbackvragen, ook de belangrijkste aandachtspunten te voorzien van feedback. Vermijd echter een teveel aan feedback door bijvoorbeeld te focussen op de (drie) belangrijkste groeipunten.

Houd rekening met de vier randvoorwaarden voor effectieve feedback: kwaliteitsbesef, feedbackgeletterdheid en een landingsplek voor kwaliteitsvolle feedback.

Een beknopt literatuuroverzicht kan je hier terugvinden.

Bronnen
open

De inhoud is gebaseerd op volgende bronnen:

  • De Kleijn, R. (2022, 18 april). Het (leren) stellen van een goede feedbackvraag. Toetsrevolutie. Geraadpleegd op 19 april 2022, van /?p=3278

  • Sherrington, T., & Caviglioli, O. (2020). Teaching walkthrus. John Catt Educational Ltd. Woodbridge.

  • Wiliam, D., & Leahy, S. (2019). Formatief evalueren in de praktijk. Bazalt Educatieve Uitgaven.

Leerlingen begeleiden om feedback te vragen

Leerlingen activeren als feedbackzoekers kan je organiseren door hen zelf feedbackvragen te laten stellen. Welke feedback willen ze nu exact krijgen? Op welk onderdeel van hun werk? Dit is echter geen eenvoudige opdracht. Om leerlingen hierin te begeleiden en te ondersteunen, ontwikkelde Renske De Kleijn van UMC Utrecht onderstaande, overzichtelijke poster. Deze omvat zowel vier overkoepelende types van feedbackvragen die leerlingen kunnen stellen, als concrete voorbeelden.

Figuur 1: Vraag beter om feedback (De Kleijn, 2022)

Het idee is dat leerlingen, afhankelijk van het type feedbackvraag, door een aantal vragen worden geloodst om uiteindelijk te komen tot een goede, concrete feedbackvraag. Dit kan mondeling, maar je kan evengoed een of meerdere vragen (in licht aangepaste vorm) opnemen in een reflectie- of feedbackkader, dat je voorziet bij een opdracht, toets of evaluatieformulier. Meer lees je in deze blog.

Leerlingen schatten zichzelf in met levelkaartjes

Levelkaartjes stellen leerlingen in staat om op een eenvoudige manier aan te geven welke ondersteunings- en feedbacknoden ze hebben. Je bezorgt elke leerling een levelkaartje (dit kan je op de bank kleven), waarop ze met een gom, potlood, enzovoort kunnen aangeven hoe ze zichzelf inschatten tijdens een bepaalde les. Als leraar kan je gericht inspelen op de noden van leerlingen door jouw instructie en ondersteuning doelgericht aan te passen. Beginners kan je groeperen en voorzien van verlengde instructie terwijl je experts kan activeren als peercoaches om doorgroeiers en gevorderden te ondersteunen. Check zeker de levelkaartjes die je gratis kan downloaden en afdrukken vanop de website van Klasse.

Een variant op deze werkvorm is het werken met 3 gekleurde kaartjes (groen, oranje, rood). Na een instructiemoment laat je de leerlingen zichzelf schatten. Groen: ze kunnen zelfstandig aan de slag, geel: ze willen ondersteuning van een klasgenoot of rood: ze missen nog (voor)kennis en willen extra instructie van de leraar.

Leerlingen zoeken naar feedback: Brein-boek-buur-baas

Het ‘brein-boek-buur-baas’-principe activeert leerlingen om stapsgewijs opnieuw op zoek te gaan naar feedback om een taak of toets te optimaliseren. Als de voorgaande stap niet resulteerde in de beoogde verbetering, is dit een volgende stap:

  • Brein: Eerst denken de leerlingen zelf na over mogelijke oplossingen of antwoorden hoe ze hun werk of leerstrategieën kunnen optimaliseren.

  • Boek: Nadien gebruiken ze hun cursusmateriaal om een oplossingsstrategie of theoretisch kader toe te passen.  

  • Buur: Als dit nog niet tot het gehoopte resultaat leidt, vragen ze raad bij één of meerdere medeleerlingen (buur).

  • Baas: Ten slotte, als ze er nog niet uit zijn, mogen ze de leraar aanspreken.

Deze werkwijze is voordelig om twee redenen:

  1. Leerlingen gaan steeds in duo bij de leraar. Geen van beide heeft immers een oplossing gevonden voor het probleem. Zo zullen beide leerlingen profiteren van de feedback van de leraar.

  2. Je voorkomt dat leerlingen je gemakshalve, te pas en te onpas, aanspreken voor ze zelf nadenken over een mogelijke oplossing.

Een variant op ‘brein-boek-buur-baas’ is het “see three (peers) before (you ask) me”-principe (C3B4me): De leerlingen moeten eerst bij minstens drie klasgenoten, vriendjes van een andere klas, broers of zussen, enzovoort raad vragen voor ze naar de leraar stappen.

Digitale mogelijkheden

Deze werkwijzen kan je doortrekken in een online leeromgeving. Er zijn verschillende mogelijkheden om de levelkaartjes te projecteren en de leerlingen met hun smartphone of laptop te laten aanklikken in welk kwadrant ze zichzelf inschatten. Dit geeft je in één oogopslag een overzicht van de ondersteunings- en feedbacknoden van leerlingen. Een voorbeeld is de tool Polleverywhere die het vraagtype clickable image aanbiedt.

Bronnen
open

We baseerden ons op volgende bronnen:

  • De Kleijn, R. (2022, 18 april). Het (leren) stellen van een goede feedbackvraag. Toetsrevolutie. Geraadpleegd op 19 april 2022, van /het-leren-stellen-van-een-goede-feedbackvraag/

  • Sherrington, T., & Caviglioli, O. (2020). Teaching walkthrus. John Catt Educational Ltd. Woodbridge.

  • Wiliam, D., & Leahy, S. (2019). Formatief evalueren in de praktijk. Bazalt Educatieve Uitgaven.

Het één per één beoordelen van opdrachten van leerlingen, al dan niet aan de hand van vooropgestelde kwaliteitscriteria.
Een evaluatieresultaat is betrouwbaar wanneer het niet wordt beïnvloed door niet-relevante factoren. Het resultaat weerspiegelt de mate waarin een leerling de leerdoelen beheerst.
De zorg die alle leerlingen nodig hebben om zich te kunnen ontplooien en om gebruik te kunnen maken van hun talenten en mogelijkheden.
De mate waarin het werkgeheugen wordt belast. Om het leerproces te bevorderen, dien je de cognitieve belasting te optimaliseren.
Een cluster van kennis, vaardigheden en attitudes die leerlingen in complexe contexten kunnen toepassen.
De neiging om nieuwe informatie zodanig op te zoeken en/of te filteren dat deze de eigen ideeën, opvattingen en/of hypothesen bevestigt.
In een constructief afgestemd onderwijsproces zijn de leerdoelen, de (summatieve) evaluatie en de onderwijs- en leeractiviteiten op elkaar afgestemd.
In een constructief afgestemd onderwijsproces zijn de leerdoelen, de (summatieve) evaluatie en de onderwijs- en leeractiviteiten op elkaar afgestemd.
Een overzicht van de criteria die worden gebruikt om een opdracht te beoordelen. Het geeft aan waaraan een opdracht dient te voldoen en welke aspecten van belang zijn.
Het proactief, positief en planmatig omgaan met verschillen tussen leerlingen (interesses, leerstatus en leerprofiel) met als doel om een maximaal leerrendement voor alle leerlingen te realiseren op het vlak van motivatie, leerwinst en leerefficiëntie.
Het vermogen van leerlingen om informatie van verschillende bronnen te aanvaarden en te gebruiken om de kwaliteit van hun werk te verbeteren.
Het krijgen van te veel feedback waardoor leerlingen overrompeld worden en niet meer aan de slag kunnen met de feedback.
Aanpakken waarmee je het leerproces op de korte termijn bewust bemoeilijkt waardoor leerlingen harder moeten nadenken. Dit is gewenst omdat het op lange termijn voor leerwinst zorgt.
Het beschouwen van intelligentie als iets dat niet vaststaat, maar als iets kneedbaar. Personen met een growth mindset hebben de overtuiging dat capaciteiten ontwikkeld kunnen worden.
De neiging om een persoon (leerling) positief te beoordelen, gebaseerd op één positief aspect.
De neiging om een persoon (leerling) negatief te beoordelen, gebaseerd op één negatief aspect.
De moeilijkheid om je als expert te verplaatsen in de situatie van personen die bepaalde kennis (nog) niet hebben. Hoe meer kennis je hebt, hoe moeilijker om in te schatten hoe het is om deze kennis niet te hebben.
Een mentaal beeld van welk kwaliteitsniveau wordt verwacht, hoe verschillende kwaliteitsniveaus eruitzien en hoe je kan komen tot het nagestreefde kwaliteitsniveau.
De criteria die worden gehanteerd om te beoordelen in hoeverre een evaluatie succesvol was (= evaluatiecriteria, succescriteria).
De leerdoelen omschrijven wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het einde van een leerproces. In deze tool wordt onder leerdoelen zowel de eindtermen, leerplandoelen als concrete lesdoelen verstaan die leraren kunnen nastreven.
De wijze waarop leerlingen leren. Verschillen in leerprofiel hebben vooral te maken met de leerstrategieën en de leervoorkeuren voor bepaalde activiteiten.
Wat leerlingen al kennen en kunnen. Verschillen in leerstatus uiten zich voornamelijk op (meta)cognitief vlak, maar gaan ook over verschillen op sociaal-affectief en (psycho)motorisch vlak.
Het spreiden van leermomenten doorheen de tijd om zo tot een hoger leereffect te komen.
Een evaluatie-instrument is valide wanneer het meet wat je beoogt te meten.
De maatregelen die het zorgteam neemt in samenspraak met leerling, ouders en leraren. Het doel is om leerlingen die extra zorg nodig hebben te ondersteunen om de gestelde leerdoelen te bereiken.
Het vertrouwen in de eigen bekwaamheid om een opdracht tot een goed einde te kunnen brengen.
Het vermogen om het eigen leren te plannen, te monitoren en te evalueren.
Het in eigen woorden uitleggen van de leerstof.