PROEV werd ontwikkeld door een consortium o.l.v. UGent en UAntwerpen, i.o.v. het Departement Onderwijs en Vorming

Ik zou in de toekomst meer willen inzetten op activerende feedback, zodat mijn leerlingen er echt mee aan de slag gaan. Ik steek veel tijd in het geven van feedback, maar heb soms het gevoel dat het daarmee stopt. De leerlingen worden niet voldoende aangezet om de feedback op te nemen.
Leraar Nederlands (1e graad secundair onderwijs)

Beschrijving

Feedback is het startpunt, nooit het eindpunt. Je moet leerlingen activeren om na te denken over hun werk en leerstrategieën om de kwaliteit ervan te verbeteren. De sleutel tot effectieve feedback schuilt dan ook in een actieve verwerking. Daarvoor organiseer je feedback niet vrijblijvend. Je voorziet ruimte zodat feedback kan landen en leerlingen nadien verplicht zijn om aan het werk te gaan met de verkregen informatie.

Dit kan op twee manieren:

  • Je voorziet feedback op een of meerdere tussentijdse versies van eenzelfde opdracht.

  • Je laat gegeven feedback actief ophalen en verwerken bij een andere, maar gelijkaardige opdracht.

Voordelen

  • Doordat feedback niet vrijblijvend is, moeten leerlingen ermee aan de slag gaan om de kwaliteit van hun werk of leerstrategieën te verbeteren. Dit komt hun leerproces ten goede (hoe leren leerlingen?).  

  • Doordat leerlingen feedback zelf verwerken, komt de verantwoordelijkheid meer en meer in handen te liggen van leerlingen. Dit heeft een positieve invloed op hun zelfregulatie (meer kan je hier lezen).

  • De transfer van feedback van de ene (versie) naar de andere (versie van een) opdracht verloopt niet automatisch. Het is nodig dit expliciet te faciliteren.

  • Met tussentijdse feedback kan je fouten vroeg opsporen en in de toekomst vermijden. Daardoor zal het eindresultaat van hogere kwaliteit zijn, wat het verbeterwerk ten goede komt.

  • Via tussentijdse versies stimuleer je leerlingen steeds een stapje verder te gaan, en zo ervaren ze successen. Dit zal leiden tot meer zelfvertrouwen en motivatie.

  • Tussentijdse feedback maakt het proces, de vorderingen van leerlingen, zichtbaar. Dit stimuleert de ontwikkeling van een growth mindset wat op zich kan resulteren in betere leerprestaties.

  • In een schoolse context is de eerste versie van een werk of opdracht vaak meteen de finale versie. Dit schept echter geen representatief beeld van het beste kunnen van een leerling.

Vermijd dat leerlingen de tussentijdse feedback afwachten zonder zich in te spannen voor hun eerste versie. Dit kan je doen door een eerste versie van een opdracht te voorzien van een tussentijdse score (bijvoorbeeld 20% van het eindtotaal) of van een punt dat nog niet vastligt. Hoe je punten kenbaar kan maken vind je bijvoorbeeld in “Eerst feedback, daarna het punt”.

Een beknopt literatuuroverzicht kan je hier terugvinden.

Bronnen
open

De inhoud in dit overzicht is gebaseerd op volgende bronnen:

  • Collin, J., & Quigley, A. (2021). Teacher Feedback To Improve Pupil Learning. Guidance Report. Retrieved from /eef-guidance-reports/feedback/Teacher_Feedback_to_Improve_Pupil_Learning.pdf?v=1682698186

  • Vanhoof, S., & Speltincx, G. (2021). Feedback in de klas. Verborgen leerkansen. Leuven: Lannoo Campus.

  • Winstone, N., & Carless, D. (2019). Designing Effective Feedback Processes in Higher Education: A Learning-Focused Approach (1st ed.). Routledge. /10.4324/9781351115940

  • Wiliam, D., & Leahy, S. (2019). Formatief evalueren in de praktijk. Bazalt Educatieve Uitgaven.

Actieve verwerking van feedback

De sleutel tot effectieve feedback schuilt in de actieve verwerking ervan door leerlingen. Er bestaan verschillende manieren waarop je leerlingen kan activeren om verkregen feedback te verwerken:

  1. Samenvatten: De leerlingen vatten de feedback die ze krijgen samen in hun eigen woorden. De verwerking gebeurt op een actieve manier én het geeft je als leraar inzicht in de manier waarop de feedback binnenkomt en wordt geïnterpreteerd door leerlingen. Dit stelt je in staat om na te gaan of er sprake is van een gedeeld begrip van de feedback.

  2. Beargumenteren: De leerlingen beargumenteren of ze al dan niet akkoord gaan met de feedback. Hierbij geven ze aan met welke informatie ze (niet) aan de slag zullen gaan bij een nieuwe (versie van een) opdracht.

  3. Groeipunten: De leerlingen stellen individueel of in duo’s groeipunten op of kiezen deze uit een lijst met groeipunten.

  4. Feedback terughalen: De leerlingen halen bij aanvang van een nieuwe (versie van een) opdracht de feedback terug die ze reeds kregen. Haal er vooropgestelde groeipunten weer bij en geef hen de opdracht om expliciet te verduidelijken hoe ze aan de slag zijn gegaan met die feedback. Dit kan door aanpassingen te markeren of in woorden uit te leggen welke veranderingen ze aanbrachten.

Je kan ervoor kiezen om de mate waarin leerlingen rekening houden met feedback op te nemen in de beoordeling van het eindproduct. Op deze manier is de feedback niet vrijblijvend.

Bij feedback als startpunt komt het er niet zozeer op aan om zo snel mogelijk na een opdracht feedback te voorzien. Het is vooral van belang om de feedback op te halen net voor je met een nieuwe (versie van een) opdracht aan de slag gaat.

Visualisatie van een feedbackproces met feedback als startpunt

Als leraar moet je een landingsplaats voor feedback creëren: de tijd en ruimte om feedback te verwerken. Het is voor leerlingen eigenlijk verplicht om met de verkregen informatie aan de slag te gaan.

Dit kan je op twee manieren organiseren. Hieronder staan beide manieren uitgelegd, met een schema en een praktijkvoorbeeld.

1. Feedback op een of meerdere tussentijdse versies van eenzelfde opdracht

actieve verwerking.
Figuur 1: Feedback op (een) tussentijdse versie(s) van een opdracht (Vanhoof & Speltincx, 2021)

Om bovenstaand feedbackproces (Figuur 1) werkbaar en haalbaar te houden, kan je best inzetten op vluchtige, klassikale feedback of (indien de leerlingen hier voldoende op voorbereid zijn) peerfeedback. Ook kan je leerlingen activeren als feedbackgenerators.

Tussentijds is het niet aangeraden (en vaak niet haalbaar) om al gedetailleerde feedback te voorzien aan individuele leerlingen. Het is aangewezen om voldoende informatie te geven over algemene sterktes en aandachtspunten, om leerlingen aan te zetten hun werk vroeg te verbeteren. Dit gebeurt op een tijdsefficiënte manier.

EEN VOORBEELD UIT HET LAGER ONDERWIJS (ZESDE LEERJAAR)

Bij spreekbeurten werk ik zo:

  • Op voorhand bespreken we de criteria. Ik verduidelijk deze met een voorbeeld, zodat de leerlingen ze allemaal goed begrijpen.

  • De criteria krijgen ze op papier, wat helpt om hun werk voor te bereiden.

  • De leerlingen bereiden hun spreekbeurten voor in de klas.

  • Halverwege de voorbereiding vraag ik drie vrijwilligers voor een soort try-out. De vrijwilligers brengen hun presentatie al eens zoals ze die op dat moment hebben voorbereid.

  • De andere leerlingen volgen mee en denken na over feedback en groeipunten. Dit doen ze aan de hand van de evaluatiecriteria.

  • Na elke spreekbeurt gaan we als klas in gesprek. Heeft jullie medeleerling de criteria behaald? Waarom wel? Waarom niet? Wat was goed? Welke tips zou je geven? We beginnen altijd met iets goed, iets positief. Daarna geven we tips.

  • Op het einde laat ik alle leerlingen nadenken hoe ze met de feedback hun eigen spreekbeurt gaan verbeteren. Wat neem je mee van de feedback in je eigen spreekbeurt? Waar ga jij op letten? De leerlingen schrijven dit op en bereiden de presentaties verder voor.

2. Feedback laten verwerken bij een nieuwe, gelijkaardige opdracht

Figuur 2: Feedback verwerken bij een nieuwe opdracht (Vanhoof & Speltincx, 2021)
EEN VOORBEELD UIT HET LAGER ONDERWIJS (ZESDE LEERJAAR)

Voor een thema over kindsoldaten verwerken de leerlingen de theorie in groepjes. Elk groepje op een andere manier: een PowerPoint, een mindmap, een infobrochure, een rap, een filmpje, … Op het einde van de rit krijgen ze feedback op basis van de evaluatiecriteria. In hun groepjes denken de leerlingen na over de feedback en stellen ze een aantal tips op voor zichzelf. Wat gaan ze de volgende keer anders en beter aanpakken? Deze noteren ze op het evaluatieformulier. Als we later in het schooljaar opnieuw een mindmap maken of een PowerPoint opstellen, vraag ik om hun feedback er terug bij te halen. Deze bespreken we dan met de volledige klas. Hierdoor houden de leerlingen rekening met de feedback die al eens werd gegeven.

Voor andere voorbeelden, zie ‘Analyse van een toets of opdracht’.

Sjabloon voor feedback als startpunt

Volgend sjabloon kan helpen om leerlingen actief aan het werk te zetten met feedback. Het is inzetbaar over de verschillende feedbackvormen (vluchtige, klassikale feedback, peer-en zelffeedback en individuele feedback):

Leerlingen reageren op de feedback en stellen daarna groeipunten op waarmee ze rekening zullen houden bij een volgende versie of bij een nieuwe, gelijkaardige opdracht. Daarbij tonen ze aan hoe ze de feedback concreet hebben toegepast in een nieuwe (versie van een) opdracht.

Je kan het sjabloon opnemen in de standaard opmaak van een evaluatiefiche.

Het sjabloon is vooral inzetbaar in de context van het secundair onderwijs. Meer specifiek in de (hogere) jaren met leerlingen die voldoende vertrouwd zijn met het ontvangen en verwerken van feedback (feedbackgeletterdheid)

Praktijkvoorbeeld: Omgaan met feedback

In het lager onderwijs of in een context met taalzwakkere leerlingen is het vaak nodig om de de leerlingen de taal aan te reiken. Onderstaand praktijkvoorbeeld werd ons aangereikt door een leraar van het vijfde leerjaar:

Ik liet de leerlingen zelf nadenken over hun feedback: welke feedback was van toepassing op hun opdracht? Nadien verplichtte ik hen om de feedback er terug bij te nemen en aan te geven hoe ze ermee aan de slag zijn gegaan. Ze konden dus niet anders dan er zeer bewust mee omgaan. Ze waren zeer enthousiast. Meer zelfs, de taken die ik nadien binnenkreeg, waren van een veel betere kwaliteit.

Digitale mogelijkheden

Deze werkwijze kan doorgetrokken worden in een online leeromgeving. Verschillende digitale tools en websites helpen om feedback te geven. Zo kan je feedback koppelen aan opdrachten die leerlingen inzenden via het digitale platform van de school. Een ander voorbeeld is qwiqr waarmee je bijvoorbeeld mondelinge feedback kan geven of peerfeedback kan organiseren.

Je kan bovenstaande sjablonen ook eenvoudig digitaliseren.

Bronnen
open

De aangereikte werkwijzen zijn gebaseerd op volgende bronnen:

Het één per één beoordelen van opdrachten van leerlingen, al dan niet aan de hand van vooropgestelde kwaliteitscriteria.
Een evaluatieresultaat is betrouwbaar wanneer het niet wordt beïnvloed door niet-relevante factoren. Het resultaat weerspiegelt de mate waarin een leerling de leerdoelen beheerst.
De zorg die alle leerlingen nodig hebben om zich te kunnen ontplooien en om gebruik te kunnen maken van hun talenten en mogelijkheden.
De mate waarin het werkgeheugen wordt belast. Om het leerproces te bevorderen, dien je de cognitieve belasting te optimaliseren.
Een cluster van kennis, vaardigheden en attitudes die leerlingen in complexe contexten kunnen toepassen.
De neiging om nieuwe informatie zodanig op te zoeken en/of te filteren dat deze de eigen ideeën, opvattingen en/of hypothesen bevestigt.
In een constructief afgestemd onderwijsproces zijn de leerdoelen, de (summatieve) evaluatie en de onderwijs- en leeractiviteiten op elkaar afgestemd.
In een constructief afgestemd onderwijsproces zijn de leerdoelen, de (summatieve) evaluatie en de onderwijs- en leeractiviteiten op elkaar afgestemd.
Een overzicht van de criteria die worden gebruikt om een opdracht te beoordelen. Het geeft aan waaraan een opdracht dient te voldoen en welke aspecten van belang zijn.
Het proactief, positief en planmatig omgaan met verschillen tussen leerlingen (interesses, leerstatus en leerprofiel) met als doel om een maximaal leerrendement voor alle leerlingen te realiseren op het vlak van motivatie, leerwinst en leerefficiëntie.
Het vermogen van leerlingen om informatie van verschillende bronnen te aanvaarden en te gebruiken om de kwaliteit van hun werk te verbeteren.
Het krijgen van te veel feedback waardoor leerlingen overrompeld worden en niet meer aan de slag kunnen met de feedback.
Aanpakken waarmee je het leerproces op de korte termijn bewust bemoeilijkt waardoor leerlingen harder moeten nadenken. Dit is gewenst omdat het op lange termijn voor leerwinst zorgt.
Het beschouwen van intelligentie als iets dat niet vaststaat, maar als iets kneedbaar. Personen met een growth mindset hebben de overtuiging dat capaciteiten ontwikkeld kunnen worden.
De neiging om een persoon (leerling) positief te beoordelen, gebaseerd op één positief aspect.
De neiging om een persoon (leerling) negatief te beoordelen, gebaseerd op één negatief aspect.
De moeilijkheid om je als expert te verplaatsen in de situatie van personen die bepaalde kennis (nog) niet hebben. Hoe meer kennis je hebt, hoe moeilijker om in te schatten hoe het is om deze kennis niet te hebben.
Een mentaal beeld van welk kwaliteitsniveau wordt verwacht, hoe verschillende kwaliteitsniveaus eruitzien en hoe je kan komen tot het nagestreefde kwaliteitsniveau.
De criteria die worden gehanteerd om te beoordelen in hoeverre een evaluatie succesvol was (= evaluatiecriteria, succescriteria).
De leerdoelen omschrijven wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het einde van een leerproces. In deze tool wordt onder leerdoelen zowel de eindtermen, leerplandoelen als concrete lesdoelen verstaan die leraren kunnen nastreven.
De wijze waarop leerlingen leren. Verschillen in leerprofiel hebben vooral te maken met de leerstrategieën en de leervoorkeuren voor bepaalde activiteiten.
Wat leerlingen al kennen en kunnen. Verschillen in leerstatus uiten zich voornamelijk op (meta)cognitief vlak, maar gaan ook over verschillen op sociaal-affectief en (psycho)motorisch vlak.
Het spreiden van leermomenten doorheen de tijd om zo tot een hoger leereffect te komen.
Een evaluatie-instrument is valide wanneer het meet wat je beoogt te meten.
De maatregelen die het zorgteam neemt in samenspraak met leerling, ouders en leraren. Het doel is om leerlingen die extra zorg nodig hebben te ondersteunen om de gestelde leerdoelen te bereiken.
Het vertrouwen in de eigen bekwaamheid om een opdracht tot een goed einde te kunnen brengen.
Het vermogen om het eigen leren te plannen, te monitoren en te evalueren.
Het in eigen woorden uitleggen van de leerstof.