PROEV werd ontwikkeld door een consortium o.l.v. UGent en UAntwerpen, i.o.v. het Departement Onderwijs en Vorming

Eén van de grootste frustraties binnen het team is de enorme hoeveelheid tijd die gaat naar het formuleren van feedback. Daarom ben ik zelf op zoek gegaan naar hoe het anders kan. Ik kwam uit bij het idee van klassikale feedback. Dit promoot ik nu echt in het lerarenteam. Het duurt minder lang en de leerlingen maken zelf een koppeling met hun eigen werk waardoor ze ook echt iets doen met de feedback.
Directeur secundair onderwijs

Beschrijving

Klassikale feedback richt zich op het overbrengen van voldoende informatie over algemene sterktes en zwaktes, misvattingen en aandachtspunten van de klasgroep. Het zet leerlingen op weg om de kwaliteit van hun eigen werk te verbeteren. Om de tijdsinvestering laag te houden, wordt het werk van leerlingen vaak vluchtig doorgenomen. Deze vluchtige analyse kan verschillende vormen aannemen:

  • je kan de focus leggen op een aantal specifieke kwaliteitscriteria;

  • je kan een beperkt deel van de werken in detail doornemen;

  • je kan alle werken globaal doornemen.

Voordelen

  • De verantwoordelijkheid voor het leren komt meer en meer bij de leerlingen te liggen. Dit heeft een positieve impact op hun zelfregulatie (meer kan je hier lezen).

  • Klassikale feedback past niet precies op het werk van leerlingen. Dit activeert hen om zelf op zoek te gaan naar de informatie die voor hen van toepassing is. Dit bevordert hun leerproces (hoe leren leerlingen?).

  • Het draagt bij aan de ontwikkeling van kwaliteitsbesef en feedbackgeletterdheid, twee randvoorwaarden voor effectieve feedback.

  • Leerlingen leren beter peerfeedback te geven en zich van zelffeedback te voorzien.

  • Klassikale feedback is minder bedreigend dan individuele feedback waardoor leerlingen zich meer willen engageren en er minder sprake is van een emotionele reactie.

  • Met tussentijdse klassikale feedback kan je vroeg fouten en misconcepties detecteren en wegwerken. Dit kan leiden tot een hogere kwaliteit van het eindproduct en dus minder verbeterwerk.

  • Het is tijdsefficiënt: je voorziet geen uitgebreide, individuele feedback.

Houd rekening met de vier randvoorwaarden voor effectieve feedback: leerlingen beschikken over voldoende kwaliteitsbesef en feedbackgeletterdheid, er is een landingsplaats voor feedback ter beschikking en leerlingen ontvangen kwaliteitsvolle feedback.

Een beknopt literatuuroverzicht kan je hier terugvinden.

Bronnen
open

De inhoud in dit overzicht is gebaseerd op volgende bronnen:

Een juiste context creëren

Leerlingen betrekken bij klassikale feedback

Leerlingen kunnen zich enkel betrokken voelen als ze helder hebben hoe de feedback aansluit bij hun werk. De kans bestaat immers dat leerlingen, op het moment dat ze feedback krijgen, zich niet exact herinneren wat ze hadden geschreven in hun werk. Bezorg daarom de leerlingen eerst hun werk terug en geef hen de tijd dit nog even door te nemen. Tijdens de klassikale feedback kan je hen vragen om hun werk om te draaien of weg te steken, om te voorkomen dat ze te gefixeerd blijven op hun eigen werk.

Leerlingen activeren tijdens klassikale feedback

Leerlingen hebben vaak het gevoel dat klassikale feedback niet voor hen is bedoeld. Activeer hen door hen steeds te laten noteren wat ze meenemen uit de klassikale feedback of laat hen groeipunten opstellen waarmee ze aan de slag gaan. Stimuleer hen door op voorhand te verduidelijken dat je een aantal willekeurige leerlingen zal vragen hoe ze de klassikale feedback hebben verwerkt en wat ze ermee plannen te doen.

Klassikale feedback op werken van verschillende kwaliteit

Stap 1: Selectie van werken van verschillende kwaliteit

Deze werkwijze ontlenen we van Vanhoof en Speltincx (2021). Nadat leerlingen (een eerste versie van) hun werk hebben ingediend, neem je alle of een groot deel van de opdrachten vluchtig door en selecteer je twee of drie werken van verschillende kwaliteit. Deze bespreek je in detail in de klas.

Vraag steeds op voorhand aan de betrokken leerlingen of ze er geen bezwaar tegen hebben dat hun opdracht wordt besproken. Maak hen duidelijk dat zij, voor deze opdracht, meer individuele feedback ontvangen. Als de leerling dit wil, kan je het werk anoniem maken. Je kan er ook voor kiezen om opdrachten van een vorig schooljaar of van leerlingen uit een andere klas te gebruiken.

Stap 2: Bespreek de werken klassikaal

Hiervoor zijn verschillende werkwijzen. Hier vind je drie suggesties:

  • Op basis van de vooropgestelde kwaliteitscriteria voorzie je de werken zelf van feedback. Hierbij modelleer je luidop hoe je dit doet, waar je naar kijkt, waarom je bepaalde opmerkingen geeft, hoe je deze opmerkingen geeft, enzovoort.

  • Je activeert de leerlingen door hen een kopie van de werken te bezorgen, samen met de bijhorende kwaliteitsverwachtingen. De leerlingen analyseren en vergelijken de producten individueel en noteren enkele feedbacksuggesties. Deze suggesties kan je eenvoudig verzamelen aan de hand van digitale tools (zoals bijvoorbeeld Padlet) of je kan enkele leerlingen willekeurig aanduiden. Ongeacht de werkwijze is het de bedoeling dat de feedbacksuggesties worden teruggekoppeld en besproken met de hele groep. Uiteindelijk ontvangen de leerlingen de feedback in samenspraak.

  • Je kan de leerlingen ook in duo’s aan de slag laten gaan met de voorbeelden. Ze gaan in overleg en komen samen tot een aantal suggesties, gekoppeld aan de kwaliteitsverwachtingen. Het is opnieuw de bedoeling deze feedback klassikaal te bespreken. Hiervoor kan je de ‘denken-delen-uitwisselen’-aanpak inzetten.

Laat de leerlingen noteren wat ze meenemen uit de klassikale feedback. Laat hen minstens één groeipunt noteren waarmee ze aan de slag zullen gaan in een nieuwe opdracht of versie van een opdracht. Je kan de leerlingen op een later moment verplichten dit groeipunt weer op te halen en hen laten aangeven hoe ze ermee aan de slag zijn gegaan of zullen gaan.

Meest voorkomende fouten

Met deze werkwijze zoom je expliciet in op typische (denk)fouten en aandachtspunten. Deze kunnen komen uit een recent evaluatiemoment of uit je ervaring over schooljaren heen.

EEN VOORBEELD UIT DE LES FRANS (TWEEDE GRAAD)

Ik sta ondertussen voor het zevende schooljaar in het vierde. Jaar na jaar merk ik dat leerlingen tegen dezelfde zaken aanlopen en steeds dezelfde fouten maken bij schrijfopdrachten. Om dit te voorkomen, heb ik een overzicht gemaakt van de meest voorkomende fouten. Dat is ondertussen een lijst van 18 aandachtspunten… en het breidt steeds uit.

De eerste schrijfopdracht van het jaar staat nooit op punten, maar gebruik ik om veelgemaakte fouten te bespreken… Nadat de opdracht is ingeleverd, leg ik de klas een aantal veelgemaakte fouten voor. Ik projecteer 10 zinnen die een fout bevatten en geef de leerlingen de opdracht om de fouten eruit te halen en te verbeteren. Dit gaat over een heleboel leerstof die ze de voorbije jaren hebben gezien… van algemene regels tot kleine details die de Franse grammatica zo moeilijk maken. Eerst doen ze dit individueel en daarna bespreken ze hun antwoorden met een medeleerling. Dan bespreken we klassikaal, zin per zin, waar de fouten zich bevinden en wat er fout is... Dit leg ik uit aan bord en pas ik onmiddellijk toe op de voorbeeldzinnen. Dit zorgt ervoor dat leerlingen zich bepaalde regels terug herinneren. Ik hoor vaak zaken als ‘amai, dit zat ver’ of ‘juist, ik wist dat het zoiets was’.

Dan deel ik de schrijfopdrachten terug uit… Op dit moment heb ik de opdrachten nog niet in detail verbeterd, maar enkel aangeduid waar de leerlingen tegen een typische fout aanlopen. Ze krijgen hun schrijfopdracht terug en dan moeten ze per twee nalezen en nagaan welke fouten ze maakten. Deze verbeteren ze aan de hand van de theorie die we herhaalden.

Deze werkwijze trek ik door. Telkens wanneer leerlingen schrijfopdrachten maken, doe ik dit. Ik haal dan voorbeeldzinnen uit de opdrachten van leerlingen, de leerlingen gaan op zoek naar fouten, scheve zinsconstructies, … en verbeteren de zinnen. Met deze feedback gaan ze nadien aan de slag in hun eigen werk. Soms laat ik hen de feedback ook toepassen op de schrijfopdracht van hun buur. Daarna bespreken ze samen of de aanpassingen correct zijn.

Combineren van types feedback

Klassikale feedback kan op verschillende momenten in een proces ingezet worden: tussentijds om feedback te geven op een eerste versie van een opdracht, of om feedback te geven op een eindproduct. In beide gevallen kan je eenvoudig combineren met peer- en zelffeedback en geïndividualiseerde feedback van jou als leraar.

EEN VOORBEELD UIT DE LES LO (DERDE GRAAD)

Bij hoogspringen laat ik de leerlingen elkaar filmen in slow motion. De video’s moeten ze uploaden in Smartschool. Ik heb dus een soort database aan voorbeelden hoe het moet. De aanloop, het afzetten, de flop, het landen. Bij de start van de lessen laat ik een voorbeeld zien van hoe het moet en hoe het niet moet. Dit bespreken we vrij uitgebreid. De leerlingen vinden dit soms hilarisch, maar belangrijker, ze weten duidelijk wat ze moeten doen en hoe ze dit kunnen doen.

Tussentijds voorzie ik een soort oefen- en evaluatiemoment. De leerlingen werken in duo’s en filmen elkaar. Deze video’s sturen ze me door. Hieruit kies ik terug twee voorbeelden. Een minder goed en een zeer goed voorbeeld. Deze laat ik zien en we geven samen feedback. Nadien gaan de leerlingen terug per twee aan het werk. Ze bekijken hun eigen video’s en geven elkaar feedback. Ze stellen elk een aandachtspunt op.

Ten slotte gaan we verder met de les en oefenen we voort. Voor hun sprong laat ik alle leerlingen luidop zeggen wat hun aandachtspunt is. Dan weten zowel ik als de rest van de klas dit. Ze krijgen onmiddellijke feedback. De leerlingen doen dit echt goed. Na elke sprong zie ik dat ze elkaar helpen en bijsturen waar nodig. Ik heb natuurlijk het geluk dat ik een projectiescherm heb in de sportzaal, maar ook een witte muur kan volstaan.

Een sjabloon voor klassikale feedback

sjabloon klassikale feedback.
Figuur 1: Sjabloon klassikale feedback (aangepast uit Andy @ Codexterous, 2021)

Voorbereiding

De leerlingen vernemen de kwaliteitsverwachtingen. Denk op voorhand na wanneer je klassikale feedback zal geven en hoe de leerlingen hiermee aan de slag zullen gaan.

Fase 1: Voorbereiding feedback (leraar buiten de klas)

  • Je bereidt het sjabloon voor. Dit doe je door de (in dit voorbeeld twee) belangrijkste criteria te bepalen. Welke criteria zijn het meest bepalend om uitspraken te kunnen doen over de kwaliteit van de opdracht?

  • Je controleert de werken van de leerlingen en houdt het sjabloon bij de hand. Focus vooral op de (twee) belangrijkste criteria. Selecteer voor de belangrijkste criteria een goed en minder goed voorbeeld. Noteer deze in het sjabloon.

Tijdens de controle kan je (bijvoorbeeld met twee verschillende kleuren) aanduiden wat sterk is en wat minder sterk is in het werk van de leerlingen. Dit kost je geen extra tijd en de leerlingen zullen deze meer geïndividualiseerde feedback appreciëren. Het geeft hen ook een beeld van wat al goed loopt en wat ze kunnen behouden.

  • Indien leerlingen opvallende (typische) fouten maken of wanneer ze er bepaalde misconcepties op nahouden, noteer je deze in het sjabloon. Voorzie een voorbeeld van deze fout of misconceptie.

  • Bepaal algemene groeipunten. Het nakijkwerk zal je een algemeen beeld opleveren van de sterktes en zwaktes in de opdrachten van de leerlingen. Vertaal deze in groeipunten die je noteert in de rechterkolom van het sjabloon (in het voorbeeld zijn 5 groeipunten opgenomen).

Leerlingen maken vaak dezelfde fouten. Doorheen de jaren kan je een goed beeld krijgen van de typische fouten die leerlingen maken per leerstofonderdeel of per type opdracht. Dit beeld kan je mee opnemen bij het uitwerken van de groeipunten.

  • Bezorg de leerlingen een ingevuld sjabloon: Druk het af of stuur het digitaal door.

Je kan er ook voor kiezen om de goede en minder goede voorbeelden niet op te nemen in de versie die je aan de leerlingen geeft. In plaats hiervan projecteer en verwerk je de voorbeelden live in de klas.

Fase 2: Feedback verwerken (leraar en leerlingen in de klas)

  • De leerlingen ontvangen hun opdracht en het ingevulde sjabloon. Geef hen wat tijd om hun werk te herlezen.

  • Aan de hand van de geselecteerde voorbeelden betrek je de leerlingen bij de feedback. Hiermee komen de criteria verder tot leven en wordt de feedback tastbaar.

Dit kan je op verschillende manieren organiseren. Je kan de feedback zelf geven door te modelleren en luidop te verhelderen hoe de criteria al dan niet voorkomen in de voorbeelden. Daarnaast kan je de leerlingen per twee laten nadenken wat het ene voorbeeld sterk maakt en het andere niet. Je kan de voorbeelden ook live bespreken en de leerlingen notitie laten nemen in de vakken die je blanco liet.

  • Bespreek de algemene aandachtspunten, denkfouten en misconcepties. Laat leerlingen zelf op zoek gaan naar de gemaakte fouten in de voorbeelden.

  • Eindig het feedbackproces met de groeipunten. Activeer de leerlingen om hiermee aan de slag te gaan.

Enerzijds kan je dit zelf sturen door voor elke leerling aan te geven welk groeipunt relevant is. Dit kan je doen door elk werk eenvoudig te voorzien van een cijfer gekoppeld aan een bepaald groeipunt. Anderzijds kan je de leerlingen zelf laten nadenken welke groeipunten van toepassing zijn.

  • Laat de leerlingen aan de slag gaan met de groeipunten. Zorg ervoor dat ze deze verwerken in een nieuwe (versie van een) opdracht.

Andere concrete voorbeelden

Andere concrete voorbeelden vind je in volgende fiches:

Tot slot: Klassikale feedback is ook nuttig bij alle-leerlingen-geven-antwoord’-methodieken of diagnostische meerkeuzevragen. Een ander voorbeeld is het stilleggen van een zelfstandig oefenmoment, als je merkt dat te veel leerlingen tegen dezelfde fout aanlopen. Je geeft kort wat klassikale feedback, stuurt hier en daar bij, en de leerlingen kunnen weer verder.

Digitale mogelijkheden

Je kan ervoor kiezen om klassikale feedback op te nemen en als video-bestand te delen met de leerlingen.

EEN VOORBEELD UIT HET LAGER ONDERWIJS

Ik probeer zo veel mogelijk feedback te geven in de klas, maar als ik er tijdens de les niet toe kom, maak ik een kort feedbackfilmpje. Dit heb ik bijvoorbeeld toegepast bij een STEM-project waarbij de leerlingen een rollercoaster moesten bouwen. Er waren drie voorwaarden. Het wagentje moest kunnen rijden, het moest een bocht kunnen maken en het moest op het einde afremmen en stoppen. De leerlingen werkten in groepjes en hadden al een degelijk resultaat.

Als huiswerk kregen ze de opdracht om het feedbackfilmpje te bekijken en een kleine fiche in te vullen. Daarop stond  ‘Je bent al goed op weg! Hoe kan je de rollercoaster nu nog beter maken?’. In het filmpje besprak ik een aantal zaken die me opgevallen waren tijdens de les (bijvoorbeeld: hoe komt het dat een wagentje uit de bocht vliegt?) zonder te verwijzen naar specifieke groepjes. In het filmpje komen geen antwoorden aan bod maar enkel hints.

De volgende dag kwamen alle kinderen met hun ingevulde fiches naar de klas (en wist ik meteen of ze hun huiswerk hadden gemaakt). Daarna gingen ze in hun groepjes zitten, wisselden ze ideeën uit en overlegden ze over de volgende stappen. Op die manier heb ik feedback kunnen geven zonder dat ik lestijd kwijt was.

Bronnen
open

Bovenstaande mogelijkheden zijn gebaseerd op volgende bronnen:

Het één per één beoordelen van opdrachten van leerlingen, al dan niet aan de hand van vooropgestelde kwaliteitscriteria.
Een evaluatieresultaat is betrouwbaar wanneer het niet wordt beïnvloed door niet-relevante factoren. Het resultaat weerspiegelt de mate waarin een leerling de leerdoelen beheerst.
De zorg die alle leerlingen nodig hebben om zich te kunnen ontplooien en om gebruik te kunnen maken van hun talenten en mogelijkheden.
De mate waarin het werkgeheugen wordt belast. Om het leerproces te bevorderen, dien je de cognitieve belasting te optimaliseren.
Een cluster van kennis, vaardigheden en attitudes die leerlingen in complexe contexten kunnen toepassen.
De neiging om nieuwe informatie zodanig op te zoeken en/of te filteren dat deze de eigen ideeën, opvattingen en/of hypothesen bevestigt.
In een constructief afgestemd onderwijsproces zijn de leerdoelen, de (summatieve) evaluatie en de onderwijs- en leeractiviteiten op elkaar afgestemd.
In een constructief afgestemd onderwijsproces zijn de leerdoelen, de (summatieve) evaluatie en de onderwijs- en leeractiviteiten op elkaar afgestemd.
Een overzicht van de criteria die worden gebruikt om een opdracht te beoordelen. Het geeft aan waaraan een opdracht dient te voldoen en welke aspecten van belang zijn.
Het proactief, positief en planmatig omgaan met verschillen tussen leerlingen (interesses, leerstatus en leerprofiel) met als doel om een maximaal leerrendement voor alle leerlingen te realiseren op het vlak van motivatie, leerwinst en leerefficiëntie.
Het vermogen van leerlingen om informatie van verschillende bronnen te aanvaarden en te gebruiken om de kwaliteit van hun werk te verbeteren.
Het krijgen van te veel feedback waardoor leerlingen overrompeld worden en niet meer aan de slag kunnen met de feedback.
Aanpakken waarmee je het leerproces op de korte termijn bewust bemoeilijkt waardoor leerlingen harder moeten nadenken. Dit is gewenst omdat het op lange termijn voor leerwinst zorgt.
Het beschouwen van intelligentie als iets dat niet vaststaat, maar als iets kneedbaar. Personen met een growth mindset hebben de overtuiging dat capaciteiten ontwikkeld kunnen worden.
De neiging om een persoon (leerling) positief te beoordelen, gebaseerd op één positief aspect.
De neiging om een persoon (leerling) negatief te beoordelen, gebaseerd op één negatief aspect.
De moeilijkheid om je als expert te verplaatsen in de situatie van personen die bepaalde kennis (nog) niet hebben. Hoe meer kennis je hebt, hoe moeilijker om in te schatten hoe het is om deze kennis niet te hebben.
Een mentaal beeld van welk kwaliteitsniveau wordt verwacht, hoe verschillende kwaliteitsniveaus eruitzien en hoe je kan komen tot het nagestreefde kwaliteitsniveau.
De criteria die worden gehanteerd om te beoordelen in hoeverre een evaluatie succesvol was (= evaluatiecriteria, succescriteria).
De leerdoelen omschrijven wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het einde van een leerproces. In deze tool wordt onder leerdoelen zowel de eindtermen, leerplandoelen als concrete lesdoelen verstaan die leraren kunnen nastreven.
De wijze waarop leerlingen leren. Verschillen in leerprofiel hebben vooral te maken met de leerstrategieën en de leervoorkeuren voor bepaalde activiteiten.
Wat leerlingen al kennen en kunnen. Verschillen in leerstatus uiten zich voornamelijk op (meta)cognitief vlak, maar gaan ook over verschillen op sociaal-affectief en (psycho)motorisch vlak.
Het spreiden van leermomenten doorheen de tijd om zo tot een hoger leereffect te komen.
Een evaluatie-instrument is valide wanneer het meet wat je beoogt te meten.
De maatregelen die het zorgteam neemt in samenspraak met leerling, ouders en leraren. Het doel is om leerlingen die extra zorg nodig hebben te ondersteunen om de gestelde leerdoelen te bereiken.
Het vertrouwen in de eigen bekwaamheid om een opdracht tot een goed einde te kunnen brengen.
Het vermogen om het eigen leren te plannen, te monitoren en te evalueren.
Het in eigen woorden uitleggen van de leerstof.